Werkgever mag 9-urige werkdag weigeren

Een werknemer werkt 40 uur per week bij een bv. In 2025 verzoekt hij om zijn werkuren te verminderen naar 36 uur per week, verdeeld over vier dagen van negen uur, met de donderdag als vaste vrije dag. De werkgever stemt in met de vermindering van uren en de vaste vrije dag, maar wijst het verzoek om negen uur per dag te werken af. De werkgever draagt alternatieven aan, zoals een werkweek van viereneenhalve dag of afwisselend vier en vijf dagen van acht uur. De werknemer vindt dat zijn belang om vier dagen van negen uur te werken zwaarder weegt dan het belang van de werkgever. Hij vordert daarom bij de rechter dat de werkgever hem moet toestaan negen uur per dag te werken.

Belangenafweging 

Volgens de Wet Flexibel Werken (Wfw) stelt de werkgever de spreiding van de uren vast overeenkomstig de wensen van de werknemer, tenzij de werkgever een zodanig belang heeft dat de wens van de werknemer daarvoor moet wijken. De werknemer stelt dat hij belang heeft bij een werkweek van vier dagen van negen uur voor een betere balans tussen werk en privé en meer mentale rust. Financieel is het voor hem niet haalbaar om vier dagen van acht uur (32 uur per week) te werken. De werkgever voert aan dat een werkdag van meer dan acht uur niet wenselijk is. Dit beleid voorkomt organisatorische en roostertechnische problemen, mentale en fysieke overbelasting, en verminderde productiviteit. Ook wil de werkgever precedentwerking voorkomen en stelt hij dat het onrust binnen het team zal veroorzaken.

Werkgever krijgt gelijk

Bij de belangenafweging blijkt dat het belang van de werknemer om één dag per week vrij te zijn en niet te veel terug te gaan in salaris, niet zwaarder weegt dan het belang van de werkgever bij een werkdag van acht uur. Het beleid is niet in strijd met de Wfw, omdat de werkgever bij elk verzoek een individuele belangenafweging maakt en bij zwaarwegende persoonlijke omstandigheden wel afwijkingen toestaat. De werknemer heeft, afgezien van de wens voor een betere werk-privébalans zonder loonverlies, geen zwaarwegende persoonlijke belangen aangevoerd.

Bron:Rechtbank Overijssel | jurisprudentie | ECLI:NL:RBOVE:2026:1499 | 16-03-2026